In Nederland wordt veel gezwommen in de zee, maar ook in meren, plassen, rivieren, kanalen en grachten. Kortweg: in oppervlaktewater. In het nieuwe rapport ‘Zwemmen in oppervlaktewater: hoe zit dat?’ wordt een beschrijving gegeven van de maatregelen die worden genomen om het zwemmen in oppervlaktewater veilig te laten verlopen en van de actoren die daarin een rol spelen. De nadruk hierbij ligt op zwemmen in zoet water.

Het rapport 'Zwemmen in oppervlaktewater: hoe zit dat?'. (Foto: RN)

De beschrijving in ‘Zwemmen in oppervlaktewater: hoe zit dat?‘ is gebaseerd op een bestudering van vakliteratuur alsmede op kennis van de auteurs over dit veld en de processen die in de afgelopen twee jaar in gang zijn gezet. Vastgesteld wordt, dat de zwemveiligheid in oppervlaktewater vorm krijgt in een ingewikkeld landschap van actoren en regels. De nieuwe ‘Omgevingswet’, die in 2022 ingaat, zal nieuwe vraagstukken oproepen.

Beleid
Het water brengt Nederland veel; qua gezondheid, sociaal en economisch. Die waarde rechtvaardigt dat het beleid inzake het zwemmen in oppervlaktewater zich verder blijft ontwikkelen. ‘Zwemmen in oppervlaktewater: hoe zit dat?’ maakt onderdeel uit van het project NL Zwemveilig, dat zich richt op het verzamelen van kennis over zwemveiligheid. NL Zwemveilig wordt namens de zwembranche gecoördineerd door de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) en ondersteund door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Klik hier voor het artikel op Sport Know How XL dat op 30 juni 2020 naar aanleiding van dit nieuwe rapport verscheen.

Bron: Reddingsbrigade Nederland


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *