De Katwijkse Reddingsbrigade (KRB) organiseerde zaterdag 23 maart in samenwerking met reddingsbrigades uit Leiden, Noordwijk, Wassenaar en Leidschendam een grote rampenoefening in recreatiegebied De Vlietlanden. In totaal waren ongeveer 90 vrijwilligers, elf reddingsboten en drie terreinwagens bij de oefening betrokken. Om de veiligheid voor de deelnemers te waarborgen, werden een boot en een auto apart gehouden voor eventuele no-play inzet.

De oefening is georganiseerd om de reddingsbrigades nog beter te laten samenwerken. Onderlinge communicatie speelde hierin een grote rol. Tevens was het doel van deze dag om van elkaar te leren, hoe de verschillende reddingsbrigades hun eigen manier van werken hebben. Middels twee voorbesprekingen met de waarnemers werden de deelnemende reddingsbrigades op de hoogte gesteld en organisatorische zaken geregeld. De inhoud van de oefeningen werd voor de ploegleden geheim gehouden, om de oefening zo reëel mogelijk te maken.

Elke brigade leverde 1 of meerdere teams met een boot, en enkele waarnemers en slachtoffers. De ploeg van Leiden bestond uit Edwin, Erwin, Aart, Oscar, Eveline en Barbara. Pieter ging mee als slachtoffer, en Eveline en Barbara waren tijdens de middagoefening slachtoffers. Rob, Cris en Freya waren waarnemers.

De dag bestond uit twee delen: ‘s ochtends werden er in kleine groepen een aantal oefeningen gedaan, ‘s middags was er een grote gezamenlijke oefening.

Oefening 1 bestond uit het redden van een bewusteloze, onderkoelde kite surfer. Het kite surfen is een relatief nieuwe sport, die aan de kust steeds meer beoefend wordt. De surfer staat op een klein soort surfboard, en heeft een soort grote vlieger (de kite) vast. De surfer wordt zo, soms met behoorlijke snelheid, voortgetrokken door de wind en maakt soms grote sprongen. Het gevaar bij een ongeval bestaat voornamelijk uit de vele lange lijnen die aan de kite vastzitten, waarin de surfer verstrikt kan raken, of de redders. Bij de hulpverlening is het dan ook van groot belang om rekening te houden met stroming en wind, en dus de plaats van de lijnen.

Oefening 2 bestond uit het redden van twee slachtoffers waarvan de boot was omgeslagen. Beide slachtoffers moesten uit het water gehaald worden, waarbij 1 slachtoffer zich onder de boot bevond, en naar de EHBO post gebracht worden.

Oefening 3 bestond uit het hulpverlenen bij een fietsongeval. Van belang was het onderkennen van de ernst van de medische situatie dat het slachtoffer dat het minst zei, als eerste hulp nodig had. Naast de verlening van de eerste hulp, werd ook gelet op het geruststellen van niet gewonde betrokken fietsers.

Oefening 4 bestond uit het uitvoeren van een aantal vaartechnieken. De deelnemers kregen instructie over het aanleggen bij een steiger, het boei aanvaren, het pacen (twee boten die met de boorden tegen elkaar liggen, en op met redelijke snelheid varen) en het slepen van een boot. Tevens werd de inventaris van de boot besproken. Het grootste deel van de redders kwam van de kustbrigades. Tijdens deze oefening kwamen de verschillen tussen kust- en binnenwaterbrigades naar voren, wat zeer leerzaam was. Veel leden van de kustbrigades waren nog niet bekend met het aanleggen bij een steiger. De binnenwaterbrigades waren niet bekend met het gebruik van de stopzak. Tevens bleek dat er een groot verschil was in de inventaris van de boot tussen Leiden en de overig brigades. De Leidse reddingsboot was ruim uitgerust met hulpverleningsmaterialen. De reden hiervan is dat Leiden alleen evenementen bewaakt, en geen vaste post heeft. De reddingsboot moet dus voorzien zijn van alle benodigde hulpverleningsmaterialen. De kustbrigades rijden vanaf de post met de hulpverleningsmaterialen naar de plaats van het ongeval. Hierdoor neemt de boot alleen de hoogst nodige materialen mee, zoals een beperkte EHBO-set.

‘s Middags was er een grote gezamenlijk oefening georganiseerd. Hierbij was een ongeval in scène gezet met 17 slachtoffers. De melding kwam bij de commandant binnen op het surfstrand. Edwin (LRB) en Martijn (WRB) coördineerden de hulpverlening die door ongeveer 50 redders met 10 boten werd uitgevoerd.

Op het eiland op vlietland was een helikopter neergestort. De gewonden lagen verspreid over een groot deel van het eiland, sommigen liepen versuft of hysterisch door het bos. Diverse slachtoffers hadden ernstige brandwonden doordat de helikopter in brand was gevlogen. Er waren slachtoffers met nekletsel, rugletsel, gebroken ledematen etc.

De boot die als eerste aankwam nam de leiding op zich, en verzocht direct om assistentie. Er werd een ronde gemaakt langs alle (zichtbare) slachtoffers en er werd kort een diagnose gesteld. De locatie van de slachtoffers en de aard van de verwonding werd genoteerd. Op basis van de gegevens werden er prioriteiten gesteld, en werd bepaald welke slachtoffers als eerste vervoerd konden worden.

Ondertussen kwam de hulpverlening verder op gang, en werden hulpverleningsmaterialen met spoed naar de rampplek gebracht. Er werd eerste hulp verleend, slachtoffers werden gerustgesteld en op de hoogte gehouden van de vorderingen, en de slachtoffers werden getransporteerd naar de eerste hulp post op het vaste land.

Enkele leerpunten die de Reddingsbrigades uit deze slotoefening gehaald hebben zijn:

[*]Indien de locatie van het ongeval niet aan de vaste wal is, zal er zowel op de plek van het ongeval als op de vaste wal een commandant de leiding moeten hebben. Deze commandanten stemmen onderling de hulpverlening op elkaar af.

[*]Diagnose stellen van de aard van de verwonding en de prioriteit bepalen voor de hulpverlening is moeilijk, maar van zeer groot belang.

[*]Het systematisch afzoeken van het rampgebied is van groot belang, zodat slachtoffers die tussen de bomen liggen, of half in het water, gevonden kunnen worden.

[*]Het is van belang zo snel mogelijk de hulpverleners te plaatse te hebben, met voldoende materiaal. Het ontbrak tijdens de oefening aan voldoende brancards, waardoor slachtoffers niet vervoerd konden worden.

Gedurende de dag was er veel pers aanwezig, zoals verslaggevers van Trouw, het NRC, het Leids Dagblad en de Spits. Tevens waren er cameraploegen van RTL 5 (Vijf in het Land) en TV-West. Geïnteresseerden in de krantenartikelen of de video opnamen, kunnen contact opnemen met ondergetekende.

De oefendag was zeer geslaagd en voor herhaling vatbaar! Volgend jaar zal opnieuw een grote gezamenlijke oefening gehouden worden.

[small]

Namens de Subcommissie Bewaking:

Freya Strubbe

Coördinator oefeningen en opleidingen

[/small]

Categorieën: Nieuws